Hoe maak je duurzaamheid onderdeel van praktijklessen?

Je maakt duurzaamheid onderdeel van praktijklessen door leerlingen bij realistische opdrachten bewust keuzes te laten maken over materialen, afval, energie, hergebruik, vervoer en kosten. Laat duurzaamheid niet alleen een los thema zijn, maar een voorwaarde binnen de opdracht. Vraag leerlingen bijvoorbeeld een activiteit met zo min mogelijk afval te organiseren, een duurzaam product te ontwerpen of verschillende materialen op duurzaamheid te vergelijken. Zo leren vmbo-leerlingen duurzaamheid toepassen binnen praktische en beroepsgerichte situaties.

Waarom duurzaamheid opnemen in praktijklessen?

Duurzaamheid speelt in steeds meer beroepen en sectoren een rol.

Bedrijven proberen afval te verminderen, organisaties kijken naar energieverbruik en materialen worden vaker hergebruikt. Ook bij inkoop, vervoer, voeding, evenementen en productontwikkeling worden duurzame keuzes gemaakt.

Voor vmbo-leerlingen is het daarom waardevol om niet alleen te leren wat duurzaamheid is, maar vooral hoe zij er in praktijksituaties rekening mee kunnen houden.

Praktijklessen bieden daar veel mogelijkheden voor.

Duurzaamheid hoeft geen apart onderwerp te zijn

Een veelgemaakte keuze is om duurzaamheid als afzonderlijk thema te behandelen.

Leerlingen krijgen bijvoorbeeld een les over:

  • klimaat;
  • recycling;
  • afval;
  • energiebesparing.

Dat kan nuttig zijn, maar duurzaamheid wordt betekenisvoller wanneer leerlingen het ook moeten toepassen.

Je hoeft dus niet altijd een aparte duurzaamheidsopdracht te ontwikkelen.

Voeg bijvoorbeeld aan een bestaande opdracht één voorwaarde toe:

“Organiseer deze activiteit zo duurzaam mogelijk.”

Vervolgens moeten leerlingen zelf onderzoeken wat dat voor hun keuzes betekent.

Maak duurzaamheid concreet

Het begrip duurzaamheid is breed en kan voor leerlingen abstract zijn.

Maak daarom duidelijk waarop zij tijdens een opdracht kunnen letten.

Denk aan:

  • materiaalgebruik;
  • afval;
  • hergebruik;
  • energie;
  • vervoer;
  • voeding;
  • verpakking;
  • levensduur;
  • lokale producten;
  • kosten.

Leerlingen krijgen zo concrete onderdelen waarop zij hun keuzes kunnen beoordelen.

Begin met herkenbare keuzes

Je hoeft niet direct met ingewikkelde duurzaamheidsvraagstukken te beginnen.

Start bijvoorbeeld met een eenvoudige vraag:

Wat is duurzamer: twintig nieuwe decoraties kopen of materialen gebruiken die al op school aanwezig zijn?

Of:

Kunnen we deze materialen na de opdracht opnieuw gebruiken?

Door zulke vragen regelmatig terug te laten komen, leren leerlingen duurzaamheid meenemen in hun beslissingen.

Geef duurzaamheid als randvoorwaarde

Een effectieve manier om duurzaamheid onderdeel te maken van praktijklessen is door het als eis in de opdracht op te nemen.

Bijvoorbeeld:

“Organiseer een evenement voor 50 bezoekers met een budget van €500. Zorg dat zo min mogelijk wegwerpmaterialen worden gebruikt.”

Leerlingen moeten dan rekening houden met:

  • budget;
  • bezoekers;
  • materialen;
  • afval;
  • hergebruik.

Duurzaamheid wordt daarmee onderdeel van het probleem dat zij moeten oplossen.

Laat leerlingen materialen vergelijken

Bij veel praktijkopdrachten gebruiken leerlingen materialen.

Laat hen niet automatisch pakken of bestellen wat beschikbaar is, maar eerst verschillende opties vergelijken.

Vraag bijvoorbeeld:

  • Waarvan is het materiaal gemaakt?
  • Kunnen we het opnieuw gebruiken?
  • Is het recyclebaar?
  • Hoe lang gaat het mee?
  • Is er een alternatief?
  • Hebben we het materiaal echt nodig?

Hiermee leren leerlingen bewuster omgaan met middelen.

Gebruik de R-ladder als hulpmiddel

Je kunt leerlingen bij materiaalkeuzes laten nadenken volgens een eenvoudige volgorde.

Bijvoorbeeld:

  1. Hebben we dit product echt nodig?
  2. Kunnen we minder gebruiken?
  3. Kunnen we iets gebruiken dat we al hebben?
  4. Kunnen we het na afloop opnieuw gebruiken?
  5. Kunnen we het materiaal recyclen?

Zo ontdekken leerlingen dat duurzaamheid niet alleen draait om afval scheiden. Juist voorkomen dat iets wordt gekocht of weggegooid kan belangrijk zijn.

Laat leerlingen afval verminderen

Afval is een zichtbaar en praktisch onderwerp.

Laat leerlingen bijvoorbeeld tijdens een praktijkles onderzoeken hoeveel afval ontstaat.

Daarna kunnen zij bedenken hoe dat minder kan.

Bijvoorbeeld door:

  • minder verpakkingsmateriaal te gebruiken;
  • materialen opnieuw te gebruiken;
  • afval goed te scheiden;
  • alleen benodigde hoeveelheden in te kopen;
  • wegwerpproducten te vervangen;
  • restmaterialen voor een volgende opdracht te bewaren.

Zo zien leerlingen direct het effect van hun keuzes.

Maak hergebruik normaal

Na een praktijkopdracht verdwijnen materialen soms direct in de afvalbak.

Maak van hergebruik daarom een vast onderdeel van de afsluiting.

Vraag:

Wat kunnen we bewaren voor een volgende praktijkles?

Leerlingen kunnen bijvoorbeeld:

  • materialen sorteren;
  • bruikbare onderdelen bewaren;
  • restmateriaal verzamelen;
  • producten opnieuw inzetten;
  • materialen terugbrengen naar een vaste opslagplaats.

Duurzaamheid wordt daarmee ook onderdeel van de werkwijze in het praktijklokaal.

Koppel duurzaamheid aan een budget

Duurzaam en financieel bewust werken kunnen goed samengaan.

Laat leerlingen bijvoorbeeld onderzoeken:

Is de goedkoopste keuze ook op langere termijn het voordeligst?

Een herbruikbaar product kan bij aanschaf duurder zijn dan een wegwerpproduct, maar na meerdere keren gebruiken juist goedkoper worden.

Laat leerlingen daarom niet alleen kijken naar de aanschafprijs, maar ook naar:

  • levensduur;
  • aantal keer gebruiken;
  • onderhoud;
  • afval;
  • vervangingskosten.

Laat leerlingen prijs en duurzaamheid afwegen

Maak opdrachten realistischer door leerlingen verschillende belangen te geven.

Bijvoorbeeld:

Optie A is het goedkoopst, maar kan maar één keer worden gebruikt.

Optie B is duurder, maar kan minimaal twintig keer opnieuw worden gebruikt.

Welke keuze maken leerlingen?

Vraag hen vervolgens hun beslissing te onderbouwen.

Hierdoor ontdekken zij dat duurzame keuzes soms om een bredere afweging vragen.

Gebruik praktijkcasussen

Praktijkcasussen zijn zeer geschikt om duurzaamheidsvraagstukken te verwerken.

Bijvoorbeeld:

Een sportvereniging organiseert een open dag voor 200 bezoekers. De organisatie wil minder afval produceren dan vorig jaar, maar het budget mag niet stijgen. Ontwikkel een plan.

Leerlingen moeten vervolgens nadenken over:

  • catering;
  • bekers en servies;
  • promotie;
  • decoratie;
  • afvalinzameling;
  • materialen.

Zo wordt duurzaamheid onderdeel van een realistisch probleem.

Laat leerlingen verschillende oplossingen bedenken

Geef bij een duurzaamheidsvraagstuk niet meteen de oplossing.

Vraag bijvoorbeeld:

Hoe kunnen we tijdens dit evenement minder afval produceren?

Leerlingen kunnen verschillende ideeën bedenken:

  • herbruikbare bekers;
  • minder verpakkingen;
  • digitale communicatie;
  • afvalpunten;
  • materialen lenen;
  • decoratie hergebruiken.

Laat hen daarna bepalen welke oplossingen haalbaar zijn.

Vraag leerlingen hun keuzes te onderbouwen

Een leerling moet niet alleen kunnen zeggen:

“Dit is duurzamer.”

Vraag door:

Waarom?

Bijvoorbeeld:

“Wij kiezen voor herbruikbare bekers, omdat deze tijdens meerdere evenementen opnieuw gebruikt kunnen worden en daardoor minder afval ontstaat.”

Door keuzes te laten onderbouwen, wordt duurzaamheid meer dan een losse term in de opdracht.

Laat leerlingen onderzoek doen

Soms weten leerlingen niet direct welke keuze duurzamer is.

Dat is juist een kans om onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen.

Laat hen bijvoorbeeld verschillende:

  • verpakkingen;
  • materialen;
  • vervoersmogelijkheden;
  • producten;
  • leveranciers

onderzoeken.

Daarna presenteren zij welke mogelijkheid volgens hen het meest geschikt is en waarom.

Gebruik duurzaamheid bij productontwikkeling

Laat leerlingen bijvoorbeeld een product ontwerpen waarbij duurzaamheid een van de eisen is.

De opdracht kan zijn:

“Ontwerp een verpakking voor een nieuw product. De verpakking moet aantrekkelijk, praktisch en zo duurzaam mogelijk zijn.”

Leerlingen moeten vervolgens nadenken over:

  • materiaal;
  • hoeveelheid materiaal;
  • formaat;
  • hergebruik;
  • recycling;
  • productie.

Hiermee wordt duurzaamheid onderdeel van het ontwerpproces.

Laat leerlingen bestaande producten verbeteren

Je hoeft niet altijd iets nieuws te laten ontwerpen.

Geef leerlingen een bestaand product of concept en vraag:

Hoe kunnen we dit duurzamer maken?

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een verpakking;
  • schoolactiviteit;
  • evenement;
  • lunch;
  • werkruimte;
  • promotiecampagne.

Leerlingen analyseren eerst de huidige situatie en bedenken daarna verbeteringen.

Organiseer een duurzaam evenement

Evenementen bieden veel mogelijkheden om verschillende duurzaamheidskeuzes samen te brengen.

Laat leerlingen bijvoorbeeld een evenement organiseren waarbij zij rekening houden met:

  • afval;
  • eten en drinken;
  • vervoer;
  • materialen;
  • decoratie;
  • energie;
  • communicatie.

Geef daarnaast een budget en een maximaal aantal uren voorbereiding.

Zo moeten leerlingen verschillende belangen tegen elkaar afwegen.

Gebruik digitale communicatie bewust

Een eenvoudige duurzaamheidskeuze kan zijn om minder drukwerk te gebruiken.

Laat leerlingen bijvoorbeeld onderzoeken of een evenement kan worden gepromoot via:

  • sociale media;
  • QR-codes;
  • digitale uitnodigingen;
  • online inschrijvingen.

Maar laat hen ook nadenken of digitaal in iedere situatie automatisch de beste oplossing is.

Duurzaam denken betekent juist dat leerlingen leren afwegen.

Bespreek voedselverspilling

Binnen praktijklessen rondom voeding biedt duurzaamheid veel mogelijkheden.

Laat leerlingen bijvoorbeeld:

  • hoeveelheden berekenen;
  • boodschappen plannen;
  • restproducten verwerken;
  • seizoensproducten onderzoeken;
  • verpakkingen vergelijken;
  • verspilling meten.

Vraag na afloop hoeveel voedsel daadwerkelijk is gebruikt en hoeveel is weggegooid.

Hierdoor wordt voedselverspilling zichtbaar.

Duurzaamheid binnen Zorg en Welzijn

Binnen Zorg en Welzijn kun je duurzaamheid bijvoorbeeld koppelen aan:

  • voeding;
  • activiteiten;
  • hygiëne;
  • materiaalgebruik;
  • textiel;
  • afval;
  • inrichting.

Laat leerlingen bijvoorbeeld een gezonde én duurzame lunch samenstellen binnen een bepaald budget.

Of geef de opdracht om een activiteit voor ouderen te organiseren waarbij zoveel mogelijk bestaande materialen worden gebruikt.

Zo combineer je verschillende leerdoelen.

Duurzaamheid binnen Dienstverlening & Producten

Binnen D&P kan duurzaamheid gemakkelijk worden verwerkt in praktijkopdrachten rondom:

  • evenementen;
  • promotie;
  • productontwikkeling;
  • dienstverlening;
  • verpakkingen;
  • logistiek;
  • communicatie.

Laat leerlingen bijvoorbeeld een duurzaam promotieconcept ontwikkelen of een bestaand evenement verduurzamen.

👉 Lees ook: Praktijkcasussen D&P in het vmbo | Dubbelklik

Duurzaamheid binnen het Praktijkgericht Programma

Binnen het Praktijkgericht Programma kunnen leerlingen werken aan echte duurzaamheidsvraagstukken van bedrijven en organisaties.

Een lokale ondernemer kan bijvoorbeeld vragen:

“Hoe kunnen we het gebruik van wegwerpverpakkingen verminderen?”

Of een sportvereniging:

“Hoe kunnen we ons jaarlijkse evenement duurzamer organiseren?”

Leerlingen onderzoeken de situatie en ontwikkelen vervolgens een praktisch voorstel.

Hierdoor werken zij aan een actueel vraagstuk uit de beroepspraktijk.

Werk samen met lokale bedrijven

Veel bedrijven zijn zelf bezig met duurzaamheid.

Dat biedt kansen voor samenwerking.

Vraag bijvoorbeeld een bedrijf om:

  • een gastles te geven;
  • een duurzaamheidsvraagstuk aan te leveren;
  • leerlingen een rondleiding te geven;
  • feedback te geven op oplossingen;
  • als opdrachtgever op te treden.

Leerlingen ontdekken daarmee hoe duurzaamheid daadwerkelijk binnen organisaties wordt toegepast.

👉 Lees ook: Samenwerken met lokale bedrijven | Vmbo | Dubbelklik

Gebruik een bedrijfsbezoek

Tijdens een bedrijfsbezoek kun je leerlingen gericht laten kijken naar duurzaamheid.

Geef bijvoorbeeld observatievragen mee:

  • Hoe wordt afval verwerkt?
  • Welke materialen worden hergebruikt?
  • Waar wordt energie gebruikt?
  • Hoe worden producten vervoerd?
  • Welke duurzame keuzes zien jullie?
  • Wat zou volgens jullie nog beter kunnen?

Hiermee krijgt het bedrijfsbezoek een extra leerdoel.

👉 Lees ook: Bedrijfsbezoek organiseren in het vmbo | Dubbelklik

Laat een professional vertellen

Een gastles kan laten zien dat duurzaamheid onderdeel is van verschillende beroepen.

Nodig bijvoorbeeld iemand uit die vertelt:

  • welke duurzame keuzes het bedrijf maakt;
  • waarom deze keuzes worden gemaakt;
  • welke problemen daarbij ontstaan;
  • welke kosten ermee gemoeid zijn;
  • welke medewerkers erbij betrokken zijn.

Hierdoor zien leerlingen dat duurzaamheid niet alleen een maatschappelijk thema is, maar ook een professioneel vraagstuk.

Koppel duurzaamheid aan beroepen

Laat leerlingen onderzoeken welke beroepen met duurzaamheid te maken hebben.

Dat zijn niet alleen specifieke ‘duurzaamheidsberoepen’.

Ook een:

  • kok;
  • evenementenorganisator;
  • inkoper;
  • verzorgende;
  • marketeer;
  • productontwerper;
  • facilitair medewerker;
  • ondernemer

kan dagelijks duurzame keuzes maken.

Zo ontdekken leerlingen dat duurzaamheid binnen veel beroepsrichtingen terugkomt.

👉 Lees ook: Kennismaken met verschillende beroepen | Dubbelklik

Gebruik actuele thema’s

Duurzaamheid verandert voortdurend.

Gebruik daarom actuele onderwerpen als inspiratie voor praktijkopdrachten.

Denk aan:

  • circulaire economie;
  • hergebruik;
  • energiebesparing;
  • voedselverspilling;
  • duurzame mobiliteit;
  • fast fashion;
  • verpakkingsafval;
  • lokale productie.

Laat leerlingen onderzoeken wat zo’n ontwikkeling betekent voor bedrijven, consumenten en beroepen.

👉 Lees ook: Actuele thema’s vmbo | Praktijklessen | Dubbelklik

Laat leerlingen professioneel advies geven

Duurzaamheid leent zich goed voor adviesopdrachten.

Geef bijvoorbeeld:

“Een lokale winkel wil minder verpakkingsafval produceren, maar wil de kosten niet sterk verhogen. Geef drie mogelijke oplossingen en adviseer welke het meest geschikt is.”

Leerlingen moeten:

  1. de situatie onderzoeken;
  2. mogelijkheden bedenken;
  3. voor- en nadelen vergelijken;
  4. kosten meenemen;
  5. een advies formuleren.

👉 Lees ook: Professioneel communiceren in het vmbo | Dubbelklik

Voeg tegenstrijdige belangen toe

Sterkere leerlingen kun je uitdagen door duurzaamheid niet als enige doel te gebruiken.

Geef bijvoorbeeld verschillende eisen:

  • zo duurzaam mogelijk;
  • maximaal €300;
  • aantrekkelijk voor jongeren;
  • binnen twee weken uitvoerbaar.

Een duurzame oplossing die veel te duur of praktisch onuitvoerbaar is, voldoet dan niet.

Leerlingen moeten zoeken naar een balans tussen verschillende belangen.

Laat leerlingen het effect meten

Maak duurzaamheid waar mogelijk meetbaar.

Bijvoorbeeld:

Voor de aanpassing:
120 wegwerpbekers.

Na de aanpassing:
20 wegwerpbekers.

Of:

Oorspronkelijke materiaalkosten: €180.
Na hergebruik: €115.

Door resultaten te vergelijken zien leerlingen welk effect hun keuzes hebben.

Laat leerlingen fouten ontdekken

Niet iedere oplossing die duurzaam klinkt, is automatisch beter.

Laat leerlingen daarom kritisch kijken naar claims.

Een product met het woord ‘groen’ op de verpakking hoeft bijvoorbeeld niet automatisch de meest duurzame keuze te zijn.

Vraag:

  • Waarop is deze claim gebaseerd?
  • Welke informatie ontbreekt?
  • Kunnen we dit controleren?
  • Wordt alleen één duurzaam voordeel genoemd?

Hiermee ontwikkelen leerlingen ook informatievaardigheden.

Laat leerlingen samenwerken

Duurzaamheidsvraagstukken hebben vaak meerdere mogelijke oplossingen.

Dat maakt ze geschikt voor groepswerk.

Laat leerlingen bijvoorbeeld verschillende rollen aannemen:

  • onderzoeker;
  • budgetbeheerder;
  • ontwerper;
  • planner;
  • adviseur;
  • presentator.

Iedere leerling kijkt vanuit een andere verantwoordelijkheid naar de opdracht.

Gebruik peerfeedback

Laat groepen elkaars duurzame oplossingen beoordelen.

Geef bijvoorbeeld criteria:

  • Is de oplossing daadwerkelijk duurzamer?
  • Is deze haalbaar?
  • Past deze binnen het budget?
  • Is rekening gehouden met de doelgroep?
  • Wordt de keuze goed onderbouwd?

Leerlingen kunnen vervolgens feedback geven en hun oplossing verbeteren.

Beoordeel duurzaamheid als onderdeel van de opdracht

Wanneer duurzaamheid een belangrijk leerdoel is, neem het dan ook mee in de beoordeling.

Beoordeel bijvoorbeeld:

  • bewust materiaalgebruik;
  • onderbouwing van keuzes;
  • hergebruik;
  • haalbaarheid;
  • omgang met afval;
  • balans tussen duurzaamheid en kosten.

Zo weten leerlingen dat duurzaamheid geen extraatje is, maar onderdeel van professioneel handelen.

Laat leerlingen reflecteren

Sluit een praktijkopdracht af met vragen zoals:

  • Welke duurzame keuzes hebben jullie gemaakt?
  • Waarom hebben jullie daarvoor gekozen?
  • Welke keuze had duurzamer gekund?
  • Waar moesten jullie een compromis sluiten?
  • Wat was het effect op het budget?
  • Wat zouden jullie een volgende keer anders doen?

Hiermee leren leerlingen kritisch terugkijken op hun eigen handelen.

Bouw duurzaamheid geleidelijk op

Niet iedere praktijkopdracht hoeft volledig om duurzaamheid te draaien.

Begin klein.

Voeg bijvoorbeeld bij de ene opdracht een eis rondom hergebruik toe en bij een volgende opdracht een budget én duurzaamheidscriterium.

Later kunnen leerlingen zelfstandig bepalen welke duurzaamheidsaspecten relevant zijn.

Zo ontstaat een geleidelijke ontwikkeling.

Maak leerlingen verantwoordelijk voor het praktijklokaal

Duurzaamheid kan ook zichtbaar worden in dagelijkse routines.

Laat leerlingen bijvoorbeeld verantwoordelijkheid nemen voor:

  • afval scheiden;
  • materialen opruimen;
  • restmaterialen bewaren;
  • apparatuur uitschakelen;
  • zorgvuldig omgaan met materialen;
  • verspilling voorkomen.

Hierdoor wordt duurzaamheid niet alleen besproken, maar daadwerkelijk toegepast.

Voorkom dat duurzaamheid alleen ‘minder gebruiken’ betekent

Duurzaamheid is breder dan alleen besparen.

Laat leerlingen ook nadenken over:

  • kwaliteit;
  • levensduur;
  • onderhoud;
  • sociale aspecten;
  • lokale productie;
  • herbruikbaarheid;
  • reparatie;
  • toegankelijkheid.

Hierdoor ontstaat een breder beeld van duurzame keuzes.

Waarom kiezen scholen voor Dubbelklik?

Dubbelklik ontwikkelt praktijkgericht lesmateriaal waarin leerlingen werken aan herkenbare vraagstukken en actuele beroepssituaties.

Het lesmateriaal:

  • verbindt theorie met praktijk;
  • stimuleert bewust keuzes maken;
  • ontwikkelt probleemoplossend vermogen;
  • biedt ruimte voor actuele thema’s;
  • stimuleert samenwerken en onderzoeken;
  • sluit aan op realistische beroepssituaties;
  • is direct inzetbaar.

Duurzaamheid kan daardoor worden gekoppeld aan opdrachten waarin leerlingen daadwerkelijk iets ontwerpen, organiseren, onderzoeken of adviseren.

Hoe Dubbelklik helpt

Met het lesmateriaal van Dubbelklik werken leerlingen aan praktijkopdrachten waarin verschillende belangen samenkomen.

Door duurzaamheid onderdeel te maken van bijvoorbeeld materiaalkeuzes, budgetten, ontwerpen en adviezen leren leerlingen verder kijken dan alleen het eindresultaat.

Ze ontdekken dat professioneel handelen ook betekent dat je bewust nadenkt over de gevolgen van keuzes.

👉 Bekijk ook het Lesmateriaal voor VMBO? #1 in lesmateriaal | Dubbelklik.nu

Veelgestelde vragen

Hoe maak je duurzaamheid onderdeel van praktijklessen?

Neem duurzaamheid op als concrete voorwaarde binnen praktijkopdrachten. Laat leerlingen bijvoorbeeld rekening houden met materiaalgebruik, hergebruik, afval, energie, vervoer of voedselverspilling en hun keuzes onderbouwen.

Welke duurzame praktijkopdrachten kun je gebruiken in het vmbo?

Laat leerlingen bijvoorbeeld een duurzaam evenement organiseren, een verpakking verbeteren, voedselverspilling verminderen, een herbruikbaar product ontwerpen of een organisatie adviseren over afvalvermindering.

Hoe maak je duurzaamheid praktisch voor vmbo-leerlingen?

Gebruik herkenbare keuzes en laat leerlingen daadwerkelijk materialen vergelijken, afval meten, producten ontwerpen of oplossingen uitvoeren. Hierdoor blijft duurzaamheid niet alleen theoretisch.

Hoe combineer je duurzaamheid met budgetteren?

Laat leerlingen duurzame en minder duurzame opties vergelijken op aanschafprijs, levensduur en herbruikbaarheid. Zo leren zij dat de goedkoopste keuze niet altijd op langere termijn de voordeligste is.

Kun je duurzaamheid meenemen in de beoordeling?

Ja. Beoordeel bijvoorbeeld of leerlingen bewust omgaan met materialen, duurzame keuzes onderbouwen, rekening houden met hergebruik en een haalbare balans vinden tussen duurzaamheid, kwaliteit en kosten.

Samenvatting

Duurzaamheid wordt vooral betekenisvol wanneer leerlingen er tijdens praktijkopdrachten daadwerkelijk keuzes over moeten maken.

Door:

  • duurzaamheid als randvoorwaarde toe te voegen;
  • materialen te laten vergelijken;
  • hergebruik te stimuleren;
  • afval en verspilling zichtbaar te maken;
  • duurzaamheid te combineren met budgetten;
  • realistische praktijkcasussen te gebruiken;
  • samen te werken met bedrijven;
  • leerlingen duurzame adviezen te laten geven;
  • effecten meetbaar te maken;
  • te reflecteren op gemaakte keuzes;

wordt duurzaamheid onderdeel van praktijkgericht leren.

Leerlingen leren zo niet alleen wat duurzaamheid betekent, maar vooral hoe zij duurzamer kunnen handelen binnen situaties die zij tijdens hun opleiding, stage en toekomstige beroep kunnen tegenkomen.

Aanvraag werkbladen

Vul het formulier in en ontvang na validatie toegang tot de premium werkbladen van Dubbelklik