Je leert vmbo-leerlingen onderzoek doen binnen een praktijkopdracht door onderzoek direct te koppelen aan een concreet probleem dat zij moeten oplossen. Laat leerlingen eerst bepalen wat ze moeten weten, vervolgens gerichte onderzoeksvragen formuleren, informatie verzamelen via bijvoorbeeld interviews, observaties, enquêtes of online bronnen en daarna conclusies trekken die ze gebruiken in hun praktijkproduct. Houd het onderzoek klein en praktisch. Het doel is niet een uitgebreid onderzoeksverslag, maar leerlingen leren om informatie te verzamelen en onderbouwde keuzes te maken.
Waarom onderzoek doen tijdens praktijkopdrachten?
Bij praktijkgericht onderwijs ligt de nadruk vaak op doen.
Leerlingen organiseren een activiteit, ontwerpen een product, ontwikkelen een campagne of werken aan een vraagstuk van een opdrachtgever.
Maar voordat ze beginnen, moeten ze vaak eerst iets weten.
Wie is de doelgroep? Wat wil de opdrachtgever? Welke oplossing bestaat al? Wat kost iets? Welke materialen zijn geschikt? Wat vinden gebruikers belangrijk?
Juist daar komt onderzoek om de hoek kijken.
Onderzoek helpt leerlingen om niet zomaar iets te bedenken, maar keuzes te maken op basis van informatie.
Dat is een belangrijke vaardigheid voor het mbo, een stage en de beroepspraktijk.
Onderzoek is meer dan informatie opzoeken
Wanneer leerlingen het woord ‘onderzoek’ horen, denken ze al snel aan Google.
Maar onderzoek doen is veel breder.
Binnen een praktijkopdracht kunnen leerlingen informatie verzamelen door:
- iemand te interviewen;
- een enquête af te nemen;
- een locatie te observeren;
- producten te vergelijken;
- prijzen op te zoeken;
- een doelgroep te bevragen;
- een bestaand product te testen;
- online bronnen te raadplegen.
De onderzoeksmethode hangt af van wat leerlingen willen weten.
Dat is een belangrijk inzicht: eerst bepalen welke informatie nodig is en daarna kiezen hoe je die informatie verzamelt.
Begin met een concreet praktijkprobleem
Onderzoek krijgt meer betekenis wanneer leerlingen begrijpen waarvoor ze de informatie nodig hebben.
Vergelijk bijvoorbeeld:
“Doe onderzoek naar jongeren en sport.”
met:
“Een lokale sportvereniging merkt dat steeds minder jongeren lid worden. Onderzoek wat jongeren belangrijk vinden bij het kiezen van een sportvereniging en ontwikkel daarna een voorstel voor de vereniging.”
In de tweede situatie heeft het onderzoek een duidelijke functie.
De resultaten zijn nodig om een betere oplossing te ontwikkelen.
Laat leerlingen eerst bepalen wat ze al weten
Voordat leerlingen gaan zoeken, kun je hen laten inventariseren wat ze al weten.
Gebruik bijvoorbeeld drie vragen:
Wat weten we al?
Wat denken we te weten?
Wat moeten we nog uitzoeken?
Stel dat leerlingen een activiteit voor ouderen moeten ontwikkelen.
Ze weten misschien al dat de activiteit ongeveer één uur moet duren en dat er twintig deelnemers zijn.
Maar ze weten nog niet:
- wat deelnemers leuk vinden;
- hoe mobiel zij zijn;
- welke ruimte beschikbaar is;
- welk budget er is;
- welke materialen aanwezig zijn.
Daarmee ontstaat vanzelf een onderzoeksbehoefte.
Leer leerlingen een goede onderzoeksvraag formuleren
Een onderzoeksvraag geeft richting.
Voor vmbo-leerlingen hoeft deze niet ingewikkeld of academisch geformuleerd te zijn.
Een goede onderzoeksvraag moet vooral duidelijk maken wat leerlingen willen weten.
Bijvoorbeeld:
Welke activiteiten vinden jongeren van 12 tot 16 jaar aantrekkelijk tijdens een open dag?
Of:
Welke gezonde lunches kunnen we voor maximaal €4 per persoon maken?
Of:
Wat vinden bezoekers belangrijk bij de bewegwijzering tijdens een evenement?
Met een concrete vraag wordt het eenvoudiger om te bepalen welke informatie nodig is.
Voorkom te brede onderzoeksvragen
Een vraag zoals:
“Wat vinden jongeren leuk?”
is bijna niet te onderzoeken.
Maak de vraag specifieker.
Bijvoorbeeld:
“Welke drie activiteiten zouden leerlingen uit klas 2 het liefst terugzien tijdens de sportdag?”
Nu kunnen leerlingen daadwerkelijk informatie verzamelen en verwerken.
Leer hen daarom vragen te controleren op:
- doelgroep;
- onderwerp;
- situatie;
- afbakening.
Werk met deelvragen
Bij grotere praktijkprojecten kan één hoofdvraag worden opgesplitst.
Bijvoorbeeld:
Hoofdvraag:
Hoe kunnen we de open dag aantrekkelijker maken voor toekomstige vmbo-leerlingen?
Deelvragen:
- Welke onderdelen vinden groep 8-leerlingen belangrijk?
- Hoe willen zij informatie ontvangen?
- Welke activiteiten spreken hen aan?
- Welke onderdelen van de huidige open dag werken goed?
- Wat kan binnen het beschikbare budget?
Deelvragen maken een groter vraagstuk overzichtelijker.
Laat leerlingen zelf bedenken hoe ze informatie verzamelen
Geef niet altijd direct aan:
“Maak een enquête.”
Vraag eerst:
“Hoe kunnen jullie antwoord krijgen op deze vraag?”
Leerlingen moeten dan nadenken over de meest geschikte onderzoeksmethode.
Willen ze weten wat leerlingen van een activiteit vinden?
Dan kan een enquête geschikt zijn.
Willen ze begrijpen waarom iemand iets belangrijk vindt?
Dan kan een interview beter werken.
Willen ze weten hoe bezoekers zich door een gebouw bewegen?
Dan ligt observatie meer voor de hand.
Gebruik interviews
Een interview is een toegankelijke manier om onderzoek te doen.
Leerlingen kunnen bijvoorbeeld spreken met:
- een opdrachtgever;
- professional;
- klant;
- leerling;
- docent;
- buurtbewoner;
- medewerker van een bedrijf.
Leer hen vooraf enkele vragen op te stellen.
Bijvoorbeeld:
Wat vindt u belangrijk aan deze activiteit?
Waar loopt u momenteel tegenaan?
Wat zou u graag verbeterd zien?
Welke voorwaarden zijn belangrijk?
Laat leerlingen tijdens het gesprek ook doorvragen.
Dat levert vaak meer informatie op dan alleen een vaste vragenlijst afwerken.
Leer leerlingen open vragen stellen
Bij interviews is het verschil tussen open en gesloten vragen belangrijk.
Een gesloten vraag:
“Vindt u de open dag leuk?”
levert waarschijnlijk alleen ja of nee op.
Een open vraag:
“Wat vindt u goed aan de huidige open dag en wat zou u veranderen?”
levert veel meer informatie op.
Laat leerlingen vooraf hun interviewvragen bekijken en bepalen welke vragen uitnodigen tot uitleg.
Zo oefenen ze tegelijkertijd professioneel communiceren.
👉 Lees ook: Professioneel communiceren in het vmbo | Dubbelklik
Gebruik enquêtes
Een enquête is handig wanneer leerlingen van meerdere mensen snel informatie willen verzamelen.
Bijvoorbeeld:
Welke activiteit heeft jullie voorkeur?
- sporttoernooi;
- workshop;
- gameactiviteit;
- creatieve activiteit.
Leerlingen kunnen vervolgens de antwoorden tellen en vergelijken.
Houd enquêtes bij vmbo-leerlingen bij voorkeur kort en doelgericht.
Tien goede vragen leveren vaak meer bruikbare informatie op dan dertig vragen waarvan onduidelijk is wat ermee moet gebeuren.
Laat leerlingen nadenken over wie ze bevragen
Een onderzoek is pas bruikbaar wanneer de juiste mensen worden bevraagd.
Stel dat leerlingen een activiteit voor brugklassers ontwikkelen.
Dan heeft het weinig zin om alleen klasgenoten uit leerjaar 4 te vragen wat zij leuk vinden.
Vraag daarom:
Wie kan ons het beste antwoord geven op deze vraag?
Hiermee leren leerlingen nadenken over hun doelgroep.
Gebruik observaties
Sommige informatie kun je beter bekijken dan vragen.
Laat leerlingen bijvoorbeeld observeren:
- waar bezoekers tijdens een evenement vastlopen;
- hoeveel afval ontstaat tijdens een praktijkles;
- hoe klanten door een winkel bewegen;
- welke producten in de kantine populair zijn;
- hoe een ruimte wordt gebruikt.
Geef vooraf duidelijke observatiepunten.
Anders bestaat het risico dat leerlingen vooral kijken zonder bruikbare informatie te verzamelen.
Laat leerlingen producten vergelijken
Ook vergelijken is een vorm van praktisch onderzoek.
Stel dat leerlingen een product moeten adviseren.
Laat hen bijvoorbeeld drie mogelijkheden onderzoeken op:
- prijs;
- kwaliteit;
- duurzaamheid;
- gebruiksgemak;
- levensduur;
- geschiktheid voor de doelgroep.
Daarna kunnen zij bepalen welke optie het beste bij de opdracht past.
Zo wordt onderzoek direct gekoppeld aan besluitvorming.
Gebruik online bronnen
Online zoeken blijft natuurlijk ook onderdeel van onderzoek.
Leerlingen kunnen informatie zoeken over:
- prijzen;
- producten;
- doelgroepen;
- beroepen;
- materialen;
- trends;
- regelgeving;
- organisaties.
Maar leer hen dat het eerste zoekresultaat niet automatisch het antwoord is.
Laat leerlingen meerdere bronnen bekijken en informatie vergelijken.
Leer leerlingen kritisch naar bronnen kijken
Vmbo-leerlingen hoeven geen uitgebreide wetenschappelijke bronanalyse uit te voeren, maar enkele eenvoudige vragen zijn waardevol:
- Wie heeft deze informatie gemaakt?
- Wanneer is de informatie gepubliceerd?
- Waarom is deze informatie gemaakt?
- Is het informatie, reclame of een mening?
- Kunnen we dezelfde informatie ergens anders controleren?
Dat wordt steeds belangrijker nu leerlingen online grote hoeveelheden informatie tegenkomen.
Besteed aandacht aan AI bij onderzoek
Leerlingen zullen tijdens onderzoek steeds vaker AI-tools tegenkomen of gebruiken.
Dat biedt mogelijkheden, maar vraagt ook om informatievaardigheden.
Leer hen dat een antwoord van AI niet automatisch correct is.
Laat leerlingen bijvoorbeeld een antwoord controleren met andere bronnen.
Vraag:
Waar komt deze informatie vandaan?
Kunnen we dit controleren?
Is de informatie actueel?
Past dit daadwerkelijk bij onze situatie?
Zo leren leerlingen AI gebruiken als hulpmiddel en niet als vervanging van kritisch nadenken.
Voorkom kopiëren en plakken
Wanneer leerlingen online onderzoek doen, ontstaat gemakkelijk een document vol gekopieerde tekst.
Maar daarmee is nog niet duidelijk of zij de informatie begrijpen.
Laat hen daarom informatie in eigen woorden verwerken.
Vraag bijvoorbeeld:
Wat betekent deze informatie voor jullie opdracht?
Dat is veel relevanter dan:
Wat hebben jullie gevonden?
Een leerling moet de stap maken van informatie naar toepassing.
Laat leerlingen alleen informatie verzamelen die ze nodig hebben
Onderzoek kan snel te groot worden.
Leerlingen zoeken dan allerlei interessante informatie die nauwelijks relevant is voor hun praktijkopdracht.
Laat hen daarom bij iedere bron of onderzoeksactiviteit vragen:
Helpt deze informatie ons om onze onderzoeksvraag te beantwoorden?
Zo niet, dan is verder zoeken waarschijnlijk niet nodig.
Houd onderzoek praktisch en overzichtelijk
Binnen praktijkgericht onderwijs hoeft onderzoek niet automatisch te leiden tot een uitgebreid onderzoeksrapport.
Een eenvoudige structuur kan voldoende zijn:
Onze vraag:
Wat willen we weten?
Onze aanpak:
Hoe hebben we dit onderzocht?
Onze resultaten:
Wat hebben we ontdekt?
Onze conclusie:
Wat betekent dit?
Onze toepassing:
Wat gaan we hierdoor anders doen?
Dat houdt de nadruk op het praktijkproject.
Maak onderzoeksresultaten zichtbaar
Laat leerlingen de verzamelde informatie overzichtelijk presenteren.
Dat kan bijvoorbeeld in:
- een tabel;
- grafiek;
- mindmap;
- infographic;
- korte presentatie;
- overzicht met conclusies.
Bij een enquête kunnen leerlingen bijvoorbeeld laten zien:
18 van de 25 leerlingen kiezen voor activiteit A.
Dat maakt resultaten concreet.
Leer leerlingen conclusies trekken
Informatie verzamelen is pas de helft van het onderzoek.
Leerlingen moeten vervolgens bepalen wat de resultaten betekenen.
Vraag:
Wat valt jullie op?
Welke antwoorden komen vaak terug?
Zijn er verschillen?
Wat kunnen jullie hieruit concluderen?
Wat betekent dit voor jullie oplossing?
Zo leren leerlingen informatie interpreteren.
Maak de stap van conclusie naar praktijkproduct
Dit is misschien wel het belangrijkste onderdeel.
Het onderzoek moet invloed hebben op wat leerlingen uiteindelijk maken of adviseren.
Bijvoorbeeld:
Onderzoeksresultaat:
De meeste brugklassers geven aan dat zij tijdens een open dag vooral zelf iets willen doen.
Conclusie:
Interactieve activiteiten zijn belangrijk.
Toepassing:
De leerlingen ontwikkelen drie korte workshops in plaats van alleen een presentatie.
Nu is duidelijk waarom het onderzoek waarde heeft.
Vraag leerlingen hun keuzes te onderbouwen
Laat leerlingen tijdens de eindpresentatie uitleggen hoe onderzoek hun keuzes heeft beïnvloed.
Bijvoorbeeld:
“Uit onze enquête bleek dat 70% van de ondervraagde leerlingen informatie liever via korte video’s bekijkt. Daarom hebben wij gekozen voor een serie korte video’s in plaats van een lange presentatie.”
Daarmee laten leerlingen zien dat hun oplossing niet alleen gebaseerd is op persoonlijke voorkeur.
Gebruik onderzoek bij een echte opdrachtgever
Onderzoek wordt extra betekenisvol wanneer leerlingen werken aan een echt vraagstuk.
Een lokale ondernemer kan bijvoorbeeld vragen:
“Hoe kunnen we meer jongeren bereiken?”
Leerlingen kunnen vervolgens:
- de opdrachtgever interviewen;
- jongeren bevragen;
- bestaande communicatie bekijken;
- voorbeelden van andere organisaties onderzoeken;
- conclusies trekken;
- een voorstel ontwikkelen.
De onderzoeksresultaten vormen zo de basis voor het advies.
👉 Lees ook: Omgaan met een opdrachtgever in het vmbo | Dubbelklik
Laat leerlingen de opdrachtgever interviewen
Wanneer leerlingen voor een opdrachtgever werken, is het verleidelijk om als docent alle informatie vooraf te verzamelen.
Laat leerlingen dit juist zelf doen.
Ze kunnen vragen stellen over:
- doel;
- doelgroep;
- wensen;
- budget;
- deadline;
- eerdere oplossingen;
- voorwaarden.
Hiermee oefenen ze onderzoek én professionele communicatie.
Onderzoek binnen Dienstverlening & Producten
Binnen D&P zijn veel praktijkopdrachten geschikt voor onderzoek.
Leerlingen kunnen bijvoorbeeld onderzoeken:
- wat een doelgroep belangrijk vindt;
- hoe een evenement verbeterd kan worden;
- welke promotiekanalen geschikt zijn;
- wat een product mag kosten;
- welke materialen geschikt zijn;
- hoe klanten een dienst ervaren.
Daarna gebruiken ze de resultaten om een product, activiteit of advies te ontwikkelen.
👉 Lees ook: Praktijkcasussen D&P in het vmbo | Dubbelklik
Onderzoek binnen Zorg en Welzijn
Ook binnen Zorg en Welzijn kan onderzoek praktisch worden ingezet.
Laat leerlingen bijvoorbeeld onderzoeken:
- welke activiteit bij een doelgroep past;
- welke gezonde maaltijd binnen een budget mogelijk is;
- welke behoeften een doelgroep heeft;
- hoe een activiteit toegankelijker kan worden;
- welke materialen nodig zijn.
Belangrijk is dat leerlingen de resultaten vervolgens gebruiken bij hun praktische uitvoering.
👉 Lees ook: Praktijkcasussen Zorg en Welzijn | Dubbelklik
Onderzoek binnen het Praktijkgericht Programma
Binnen het Praktijkgericht Programma speelt onderzoek vaak een belangrijke rol.
Leerlingen krijgen bijvoorbeeld een vraagstuk van een externe opdrachtgever.
Voordat zij een oplossing ontwikkelen, moeten zij begrijpen:
- wat het probleem precies is;
- wie ermee te maken heeft;
- welke behoeften er zijn;
- welke oplossingen al bestaan;
- welke voorwaarden gelden.
Onderzoek vormt daarmee de verbinding tussen het vraagstuk en de uiteindelijke oplossing.
Combineer verschillende onderzoeksmethoden
Bij grotere projecten kunnen leerlingen meerdere methoden gebruiken.
Bijvoorbeeld:
Vraagstuk: Hoe kan de schoolkantine aantrekkelijker worden voor leerlingen?
Leerlingen kunnen:
- leerlingen enquêteren;
- de kantine observeren;
- het huidige aanbod onderzoeken;
- prijzen vergelijken;
- de kantinemedewerker interviewen.
De verschillende bronnen geven samen een completer beeld.
Laat leerlingen eerst een onderzoeksplan maken
Bij grotere opdrachten kan een eenvoudig onderzoeksplan helpen.
Gebruik bijvoorbeeld:
| Wat willen we weten? | Hoe onderzoeken we dit? | Wie doet dit? | Wanneer? |
|---|---|---|---|
| Wat vinden leerlingen van het huidige aanbod? | Enquête | Sara en Noah | Maandag |
| Welke producten verkopen goed? | Interview | Yassin | Dinsdag |
| Wat kosten alternatieven? | Online onderzoek | Hele groep | Woensdag |
Zo leren leerlingen onderzoek ook plannen en organiseren.
Geef niet alle onderzoeksvragen vooraf
Bij beginnende leerlingen kun je onderzoeksvragen aanbieden.
Later kun je steeds meer verantwoordelijkheid bij leerlingen leggen.
Veel ondersteuning
De docent geeft de onderzoeksvraag en onderzoeksmethode.
Enige zelfstandigheid
De docent geeft de hoofdvraag en leerlingen bedenken deelvragen.
Meer zelfstandigheid
Leerlingen formuleren zelf de onderzoeksvragen en kiezen methoden.
Zelfstandig project
Leerlingen bepalen zelf welke informatie nodig is om het vraagstuk op te lossen.
Zo ontstaat een leerlijn in onderzoeksvaardigheden.
Differentieer binnen onderzoek
Niet iedere leerling vindt onderzoek even gemakkelijk.
Leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, kun je bijvoorbeeld geven:
- voorbeeldvragen;
- een interviewformat;
- een enquêteformat;
- voorgeselecteerde bronnen;
- een stappenplan.
Sterkere leerlingen kunnen juist:
- meerdere bronnen combineren;
- zelfstandig een methode kiezen;
- resultaten kritisch vergelijken;
- tegenstrijdige informatie analyseren;
- zelfstandig conclusies formuleren.
Zo werkt iedereen aan dezelfde vaardigheid op een passend niveau.
Laat leerlingen samenwerken, maar verdeel het onderzoek niet te sterk
Bij groepswerk bestaat het risico dat één leerling de enquête maakt, één leerling online zoekt en één leerling het interview doet zonder dat ze elkaars resultaten kennen.
Plan daarom een gezamenlijk moment waarop alle onderzoeksresultaten worden besproken.
Vraag:
Wat hebben we samen geleerd?
Pas daarna gaan leerlingen verder met hun oplossing.
Zo blijft het onderzoek van de hele groep.
Gebruik tussentijdse feedback
Controleer onderzoek niet alleen aan het einde.
Kijk bijvoorbeeld vooraf naar:
- de onderzoeksvraag;
- gekozen methode;
- interviewvragen;
- enquêtevragen.
Een kleine aanpassing vooraf kan voorkomen dat leerlingen veel informatie verzamelen waar ze uiteindelijk weinig aan hebben.
Laat leerlingen elkaars onderzoeksvragen beoordelen
Peerfeedback kan al vóór de uitvoering worden gebruikt.
Laat leerlingen elkaars onderzoeksvraag bekijken.
Vraag bijvoorbeeld:
- Is duidelijk wat de groep wil weten?
- Is de vraag niet te breed?
- Kun je deze vraag daadwerkelijk onderzoeken?
- Helpt het antwoord bij de praktijkopdracht?
Daarmee leren leerlingen ook kritisch naar onderzoek van anderen kijken.
👉 Lees ook: Peerfeedback in praktijklessen vmbo | Dubbelklik
Laat leerlingen fouten in onderzoek ontdekken
Niet ieder onderzoek hoeft perfect te verlopen.
Misschien blijkt:
- een vraag onduidelijk;
- de verkeerde doelgroep bevraagd;
- een bron verouderd;
- een enquête te lang;
- een interview te oppervlakkig.
Gebruik dat als leermoment.
Vraag:
Wat zouden jullie een volgende keer anders doen?
Zo leren leerlingen dat onderzoek ook een proces van verbeteren is.
Voorkom dat onderzoek het praktijkproject overneemt
Binnen praktijkgericht onderwijs is onderzoek meestal een middel.
Het einddoel is bijvoorbeeld een:
- product;
- activiteit;
- advies;
- ontwerp;
- campagne;
- evenement;
- oplossing voor een opdrachtgever.
Onderzoek ondersteunt dat eindresultaat.
Bewaar daarom de balans tussen onderzoeken en uitvoeren.
Een kort maar gericht onderzoek kan waardevoller zijn dan een uitgebreid verslag dat nauwelijks invloed heeft op het eindproduct.
Beoordeel onderzoeksvaardigheden praktisch
Je hoeft onderzoeksvaardigheden niet alleen via een verslag te beoordelen.
Kijk bijvoorbeeld naar:
- Is de onderzoeksvraag duidelijk?
- Zijn passende bronnen of methoden gebruikt?
- Is relevante informatie verzameld?
- Kan de leerling resultaten uitleggen?
- Worden conclusies getrokken?
- Zijn de onderzoeksresultaten zichtbaar gebruikt in het eindproduct?
Dat laatste criterium is binnen praktijkgericht onderwijs bijzonder belangrijk.
Gebruik een eenvoudige rubric
Je kunt bijvoorbeeld drie onderdelen beoordelen.
Onderzoek voorbereiden
De leerling bepaalt welke informatie nodig is en formuleert passende vragen.
Onderzoek uitvoeren
De leerling verzamelt relevante informatie via geschikte bronnen of methoden.
Onderzoek toepassen
De leerling trekt conclusies en gebruikt deze bij het ontwikkelen van de oplossing.
Hierdoor ligt de nadruk niet op onderzoeksjargon, maar op praktisch handelen.
Laat leerlingen reflecteren op hun onderzoek
Sluit het onderzoeksdeel af met enkele vragen:
- Wat wilden we weten?
- Welke methode hebben we gebruikt?
- Wat hebben we ontdekt?
- Welke informatie was het meest bruikbaar?
- Wat konden we niet goed achterhalen?
- Welke keuze hebben we door het onderzoek anders gemaakt?
- Wat zouden we bij een volgend onderzoek verbeteren?
Daarmee worden leerlingen zich bewuster van hun onderzoeksproces.
Koppel onderzoek aan professioneel advies geven
Onderzoek en adviseren passen goed bij elkaar.
Een professioneel advies hoort immers niet alleen gebaseerd te zijn op een persoonlijke mening.
Laat leerlingen bijvoorbeeld eerst onderzoeken welke oplossing past en daarna hun advies presenteren.
Ze kunnen dan zeggen:
“Op basis van onze interviews en prijsvergelijking adviseren wij…”
Hierdoor krijgt hun advies meer onderbouwing.
👉 Lees ook: Professioneel advies geven in het vmbo | Dubbelklik
Koppel onderzoek aan zelfstandig werken
Naarmate leerlingen meer ervaring krijgen, kun je steeds minder voorschrijven wat ze moeten onderzoeken.
Bij een zelfstandig praktijkproject geef je bijvoorbeeld alleen:
- het vraagstuk;
- de opdrachtgever;
- enkele voorwaarden;
- de deadline.
Leerlingen bepalen vervolgens zelf:
Wat moeten we weten voordat we een goede oplossing kunnen ontwikkelen?
Dat is een belangrijke stap richting zelfstandig en professioneel werken.
👉 Lees ook: Zelfstandig praktijkproject uitvoeren | Dubbelklik
Maak onderzoeksvaardigheden onderdeel van meerdere projecten
Onderzoek doen leer je niet met één grote onderzoeksopdracht.
Laat de vaardigheid daarom regelmatig terugkomen.
Bij de ene opdracht voeren leerlingen een kort interview uit.
Bij een volgende opdracht vergelijken zij drie producten.
Later combineren zij een enquête, observatie en online onderzoek.
Zo bouwen leerlingen geleidelijk ervaring op.
Waarom kiezen scholen voor Dubbelklik?
Dubbelklik ontwikkelt praktijkgericht lesmateriaal waarin leerlingen kennis en vaardigheden toepassen binnen herkenbare beroepssituaties.
Het lesmateriaal:
- verbindt onderzoek met praktische opdrachten;
- stimuleert zelfstandig informatie verzamelen;
- laat leerlingen keuzes onderbouwen;
- ontwikkelt probleemoplossend vermogen;
- sluit aan op realistische vraagstukken;
- stimuleert samenwerken en communiceren;
- is direct inzetbaar.
Onderzoek wordt daarmee geen los theoretisch onderdeel, maar een hulpmiddel om tot betere oplossingen te komen.
Hoe Dubbelklik helpt
Met het lesmateriaal van Dubbelklik werken leerlingen aan praktijkgerichte vraagstukken waarbij zij regelmatig informatie nodig hebben voordat zij verder kunnen.
Ze leren vragen stellen, informatie verzamelen, resultaten vergelijken en conclusies gebruiken bij het ontwikkelen van een product, activiteit of advies.
Zo ontdekken leerlingen waarom onderzoek belangrijk is: om niet zomaar een oplossing te bedenken, maar een oplossing te ontwikkelen die daadwerkelijk aansluit op de situatie.
👉 Bekijk ook het Lesmateriaal voor VMBO? #1 in lesmateriaal | Dubbelklik.nu
Veelgestelde vragen
Hoe leer je vmbo-leerlingen onderzoek doen?
Begin met een concreet praktijkprobleem en laat leerlingen bepalen welke informatie zij nodig hebben. Laat hen vervolgens een onderzoeksvraag formuleren, een passende methode kiezen, informatie verzamelen en conclusies toepassen binnen de praktijkopdracht.
Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt voor vmbo-leerlingen?
Interviews, korte enquêtes, observaties, productvergelijkingen en online bronnen zijn goed bruikbaar. Kies een methode die past bij de informatie die leerlingen nodig hebben.
Hoe voorkom je dat onderzoek te theoretisch wordt?
Koppel onderzoek altijd aan een concreet praktijkproduct of probleem. Laat leerlingen expliciet aangeven welke keuzes zij op basis van hun onderzoeksresultaten hebben gemaakt.
Hoe leer je leerlingen betrouwbare informatie vinden?
Leer leerlingen kijken naar de afzender, actualiteit en bedoeling van een bron en laat belangrijke informatie waar mogelijk controleren via meerdere bronnen.
Moeten leerlingen altijd een onderzoeksverslag schrijven?
Nee. Binnen een praktijkopdracht kan een tabel, infographic, presentatie of kort onderzoeksformulier voldoende zijn. Het belangrijkste is dat leerlingen kunnen uitleggen wat ze hebben onderzocht, wat ze hebben ontdekt en hoe ze de resultaten hebben toegepast.
Samenvatting
Onderzoek doen binnen een praktijkopdracht hoeft niet ingewikkeld of theoretisch te zijn.
Het begint met een eenvoudige vraag:
Wat moeten we weten om deze opdracht goed uit te kunnen voeren?
Door leerlingen vervolgens:
- een duidelijke onderzoeksvraag te laten formuleren;
- te laten bepalen welke informatie nodig is;
- interviews, enquêtes en observaties te laten uitvoeren;
- online informatie kritisch te laten beoordelen;
- resultaten overzichtelijk te verwerken;
- conclusies te laten trekken;
- onderzoeksresultaten toe te laten passen in hun praktijkproduct;
- steeds meer verantwoordelijkheid voor het onderzoek te geven;
ontwikkelen zij onderzoeksvaardigheden binnen een betekenisvolle context.
Zo leren vmbo-leerlingen dat onderzoek geen doel op zichzelf is. Het is een manier om betere keuzes te maken, problemen te begrijpen en oplossingen te ontwikkelen die passen bij een doelgroep, opdrachtgever of praktijksituatie.